Barcode-etiketten zelf printen: printer, formaat en scantest

Barcode-etiketten zelf printen kan prima met een thermische etiketprinter of een laserprinter met A4-vellen. Zorg dat de barcode tussen 80 en 200 % van de standaardgrootte blijft, dat de dunste streep precies op de printerresolutie valt en dat je vóór de grote oplage een proefetiket scant.

Redactie EANHub 9 min lezen
Thermische etiketprinter die een etiket met een EAN-13-barcode uitvoert

In het kort

  • Een EAN-13 is op 100 % 37,29 mm breed (inclusief witruimte), en mag van 80 tot 200 % worden geschaald.
  • Hoogte inkorten mag niet: schaal altijd breedte en hoogte samen.
  • GS1 Nederland adviseert een printer van 300 dpi of meer; de dunste streep moet een veelvoud van een printerpunt zijn.
  • Druk zwart op wit. Rode strepen kan een scanner niet lezen.
  • Een telefoonscan is een snelle test, geen formele kwaliteitsmeting.

Je eerste zending naar het magazijn staat klaar, maar bij de inname scant de handscanner je etiketten niet. Meestal ligt dat niet aan de EAN-code zelf, maar aan het printen: te klein, de hoogte afgekapt, de witruimte weg of de printer heeft de strepen afgerond. Barcode-etiketten zelf printen gaat prima, als je drie dingen goed regelt: het formaat, de printerresolutie en een scantest vóór je de hele oplage draait.

Hieronder lees je welke printer je nodig hebt, hoe groot de barcode moet zijn, welk bestand je gebruikt en hoe je test. Met een rekenvoorbeeld voor een gewone etiketprinter.

De maten: hoe groot moet een EAN-barcode zijn?

Een EAN-13 heeft een vaste standaardgrootte, de 'nominale' maat of 100 %. Volgens GS1 Nederland is die 37,29 mm breed inclusief de witruimte links en rechts. Met de cijfers eronder is het symbool 25,93 mm hoog.

Je mag de barcode schalen van 80 tot 200 %. Belangrijk: breedte en hoogte schalen altijd samen. GS1 Nederland is daar duidelijk over: de hoogte inkorten is niet toegestaan, omdat de barcode dan slechter leesbaar wordt vanuit verschillende hoeken.

Witruimte niet vergeten

Links en rechts van de strepen moet een lege zone blijven: op 100 % volgens GS1 Nederland 3,63 mm links en 2,31 mm rechts. Op een etiket gaat het hier vaak mis, omdat de snijrand of een voorgedrukt kader te dicht op de strepen komt. Houd daarom op het etiket zelf nog een paar millimeter extra marge aan.

De theoretische ondergrens van 80 % is niet altijd haalbaar. GS1 Nederland schrijft dat de kleinst bruikbare maat afhangt van hoe nauwkeurig je printer werkt.

Barcode-etiketten zelf printen: welke printer kies je?

Er zijn drie gangbare opties. Welke het beste past, hangt af van je oplage en hoe lang het etiket mee moet.

Printer Hoe het werkt Geschikt voor Let op
Direct thermisch Warmte kleurt speciaal papier zwart, zonder lint Verzendlabels, korte levensduur Verbleekt door licht en warmte
Thermisch transfer Warmte smelt inkt van een lint op het etiket Productetiketten, magazijn, langere houdbaarheid Lint is een extra verbruiksartikel
Laser met A4-vellen Toner op vellen met losse etiketten Kleine oplages, geen extra printer nodig Schaalinstelling en uitlijning per vel
Inkjet met A4-vellen Inkt op vellen met losse etiketten Noodoplossing, heel kleine oplages Inkt kan uitlopen, randen minder scherp

Voor productetiketten die maanden in een magazijn of winkel liggen, is thermisch transfer de veilige keuze. Direct thermische etiketten zijn prima voor een verzendlabel dat na een week in de container gaat.

De dpi bepaalt welke maten goed uitkomen

Een printer zet puntjes op het etiket. Bij 203 dpi is een puntje ongeveer 0,125 mm breed, bij 300 dpi ongeveer 0,085 mm en bij 600 dpi ongeveer 0,042 mm. GS1 Nederland schrijft dat de dunste streep altijd een veelvoud moet zijn van de breedte van een printerpunt. Valt dat niet precies uit, dan rondt de printer af en worden sommige strepen te dik of te dun.

GS1 Nederland adviseert daarom 300 dpi of meer en een vergroting die zo weinig mogelijk afronding geeft.

  • 0,125 mmEén punt bij 203 dpi
  • 0,085 mmEén punt bij 300 dpi
  • 0,042 mmEén punt bij 600 dpi
  • 0,33 mmDunste streep op 100 %
Hoe breed één printerpunt is, vergeleken met de dunste streep van een EAN-13 op 100 %.

Rekenvoorbeeld: de juiste vergroting voor jouw printer

De dunste streep van een EAN-13 heet de X-dimensie. Op 100 % is die 0,33 mm. Zo reken je uit welke vergroting op jouw printer precies uitkomt:

  1. Deel 25,4 mm door de dpi van je printer. Dat is de breedte van één puntje.
  2. Kies een aantal puntjes voor de dunste streep en vermenigvuldig.
  3. Deel de uitkomst door 0,33 mm. Dat is je vergroting.
  4. Controleer of die tussen 80 en 200 % ligt.
Printer Puntjes per streep X-dimensie Vergroting Breedte incl. witruimte Hoogte incl. cijfers
203 dpi 2 0,250 mm 75,8 % te klein te klein
203 dpi 3 0,375 mm 113,7 % 42,4 mm 29,5 mm
300 dpi 3 0,254 mm 77,0 % te klein te klein
300 dpi 4 0,339 mm 102,6 % 38,3 mm 26,6 mm
600 dpi 7 0,296 mm 89,8 % 33,5 mm 23,3 mm
600 dpi 8 0,339 mm 102,6 % 38,3 mm 26,6 mm

Stel: je hebt een etiketprinter van 203 dpi en wilt de code 8712345678906 printen. Met twee puntjes per streep kom je op 75,8 %, en dat is onder de grens. Met drie puntjes kom je op 113,7 %: de barcode wordt 42,4 bij 29,5 mm. Een etiket van 50 × 30 mm is dan te krap in de hoogte. Kies een etiket van bijvoorbeeld 50 × 35 mm of groter.

Heb je een printer van 300 dpi, dan kom je met vier puntjes op 102,6 %: 38,3 bij 26,6 mm. Dat past op een etiket van 50 × 30 mm, met ruimte voor de witruimte links en rechts.

Kleur, materiaal en bestand

Kleur en ondergrond

Scanners werken met rood licht. Rode strepen ziet een scanner als wit, dus die kan hij niet lezen. Zwart op wit is het beste. Andere donkere kleuren op een lichte ondergrond kunnen ook, maar test ze altijd.

GS1 Nederland noemt nog een paar valkuilen:

  • Goud, zilver en spiegelende folie zijn ongeschikt als ondergrond.
  • Transparant materiaal heeft een dekkende witte ondergrond nodig, anders schijnt het product door.
  • Rasterkleuren (opgebouwd uit puntjes) verlagen het contrast. Gebruik een volle kleur.

Bestandsformaat

Gebruik een vectorbestand: SVG, PDF of EPS. Daarin zijn de strepen exacte vormen, die bij het printen niet vervagen. Een PNG of JPG kan ook, maar alleen als je hem op precies het juiste formaat plaatst en niet schaalt. Een afbeelding van 37 mm die je in Word naar 30 mm sleept, levert vrijwel altijd afgeronde strepen op.

Met onze barcodegenerator maak je een EAN-13 als SVG, PNG of PDF. Controleer eerst je nummer met de EAN-checker: de generator tekent precies het nummer dat je invult, ook als je een cijfer verkeerd hebt overgetypt.

Testen voor je de hele oplage print

Print eerst één etiket of één vel, en test dat. Een proefprint kost een paar cent, een herprint van duizend etiketten veel meer.

  1. Meet de breedteLiniaal langs de barcode incl. witruimte: klopt het met je vergroting?
  2. Scan met een handscannerScant hij in één keer, ook schuin en van iets verder weg?
  3. Scan met je telefoonVergelijk het gescande nummer cijfer voor cijfer met je lijst.
  4. Check na een weekBij direct thermisch: is het etiket na licht en warmte nog leesbaar?
Zo test je een proefetiket voordat je de hele oplage print.

Een telefoonscan is handig om te controleren of het juiste nummer in de barcode zit. Het is geen kwaliteitsmeting: telefooncamera's lezen ook barcodes die een kassascanner afkeurt. Een formele kwaliteitsmeting gebeurt met een verificatieapparaat volgens de CEN/ANSI-methode (vastgelegd in ISO/IEC 15416), met een score van 0 (slecht) tot 4 (goed). GS1 Nederland biedt daarvoor een testservice.

Veelvoorkomende printfouten

  • Lichte of onderbroken strepen: vuile of beschadigde printkop. GS1 Nederland raadt aan om een doorlopende horizontale lijn boven de barcode te printen, dan zie je een defecte printkop direct.
  • Strepen te dik: te veel warmte of inkt. Verlaag de printdichtheid of -temperatuur.
  • Barcode scant niet aan één kant: witruimte te klein of de rand van het etiket valt erin.
  • Verkeerd nummer bij scannen: typfout in je bestand. Check het nummer met de checker.
  • Etiket op een smalle fles: draai de barcode een kwartslag (strepen horizontaal), zodat de lengte van de code langs de rechte kant loopt, en houd hem weg van naden en randen.

Wanneer zelf printen niet genoeg is

Voor een webshop, een magazijn of een marktplaats als bol.com zijn zelf geprinte etiketten heel gangbaar. Maar lever je aan supermarkten of grote winkelketens, of druk je de barcode direct op de verpakking, dan liggen de eisen hoger. Dan stem je de vergroting af met je drukker, die rekening houdt met inktverloop. Retailketens vragen bovendien meestal een eigen GS1-licentie, dus check dat vóór je etiketten laat drukken.

Wat nu?

  • Check je EAN-nummers in de EAN-checker en maak het bestand in de barcodegenerator.
  • Reken uit welke vergroting op jouw printer op hele puntjes uitkomt, en kies daar je etiketformaat bij.
  • Gebruik thermisch transfer voor productetiketten, direct thermisch voor verzendlabels.
  • Print één proefetiket, meet het, en scan het met een handscanner en je telefoon.
  • Weet je nog niet hoeveel codes je nodig hebt? Lees wanneer je een nieuwe EAN-code nodig hebt.

Veelgestelde vragen

Kan ik barcodes printen met een gewone inkjetprinter?

Ja, voor kleine oplages werkt een inkjet- of laserprinter met A4-etiketvellen. Een laserprinter geeft meestal scherpere randen dan inkjet, omdat inkt in papier kan uitlopen. Zet in het printvenster altijd 'Werkelijke grootte' aan, anders schaalt het programma de barcode. Test het eerste vel met een scanner of telefoon.

Wat is het verschil tussen direct thermisch en thermisch transfer?

Direct thermisch print met warmte op speciaal papier, zonder lint. Dat is goedkoop, maar het etiket verbleekt door licht en warmte, dus het is vooral geschikt voor verzendlabels. Thermisch transfer smelt inkt van een lint op het etiket. Dat is duurzamer en beter voor productetiketten die maanden in een magazijn of winkel liggen.

Welk bestandsformaat is het beste voor een barcode?

Een vectorbestand: SVG, PDF of EPS. Daarin liggen de strepen als exacte vormen vast, zodat ze niet vervagen bij het schalen. Een PNG of JPG werkt alleen als je hem op precies het juiste formaat plaatst en niet vergroot of verkleint. Met onze barcodegenerator maak je zo'n bestand.

Mag ik de barcode kleiner maken als hij niet op het etiket past?

Tot 80 % van de standaardgrootte, maar niet kleiner. Bij 80 % is een EAN-13 met witruimte ongeveer 29,8 mm breed. Kies anders een groter etiket. Alleen de hoogte inkorten mag niet, omdat de barcode dan slechter leesbaar wordt vanuit verschillende hoeken. GS1 Nederland raadt aan om de vergroting af te stemmen op je printer.

Hoe laat ik mijn barcodes professioneel testen?

Een formele kwaliteitsmeting gebeurt met een verificatieapparaat volgens de CEN/ANSI-methode, met een score van 0 (slecht) tot 4 (goed). GS1 Nederland biedt een testservice. Voor gewone webshopetiketten volstaat vaak een scantest met een handscanner en een telefoon, maar levert je product aan een winkelketen, vraag dan wat zij eisen.

Bronnen

  1. BarcodeWijzer: aandachtspunten voor het maken van goede GS1-barcodes – GS1 Nederland
  2. Barcode Guide for Publishers – GS1 Netherlands
  3. EAN/UPC Symbol Reference – GS1 Canada
  4. Wat maakt een printer geschikt voor barcode-etiketten – DeZaak
  5. Minimum barcode size for UPC/EAN – iDPRT

Meer artikelen

Alle artikelen